occupy the brains of the board
zondag, 27 november 2011 15:59

Of je het nu hebt over meer zingevend werk, geweldloze communicatie, ruimte voor innovatie, de ambachtelijke weg, alle verlanglijsten lijken één gemeenschappelijke tegenpool - zeg maar gerust vijand - te kennen: doorgeslagen resultaatgerichtheid. Veel betrokkenen hebben daar een machteloos gevoel bij. Niet meer te overbruggen. Moeten we vechten (bijv. ondergronds verzet) of vluchten? Is er nog een andere weg? Jazeker.

Stevige problemen kunnen niet worden opgelost op hetzelfde niveau van denken waarop ze zijn gecreëerd, stelde Einstein. Dus kun je de georganiseerde hebzucht het beste aanpakken door te kijken buiten het westerse economische systeem. De boeddhistisch/hindoeïstische denkers helpen mij beter te begrijpen wat we hier in het Westen doen. Lees mee met hun analyse over de betonrot in de fundamenten, zoals

1.      doorgeslagen individualisme. Vooral daar waar mensen zich materieel verrijken ten koste van anderen. Ons economische systeem, dat op het idee van schaarste stoelt, wordt funest op het gebied van eigendom, geld, goederen, productie, producten en grondstoffen. Daar gaat mijn bezit altijd ten koste van dat van anderen. Niet zozeer op het gebied van ideeën, rechtvaardigheid en andere deugden. Dan hoeft mijn winst niet noodzakelijkerwijs verlies voor een ander te betekenen.

De wijzen uit het oosten vragen ons: Kunnen jullie je overschotten beter herverdelen - dat wat je teveel hebt op het spullenfront? Waar is jullie gevoel voor het collectieve belang? Investeren in de groep maakt jezelf ook weer sterker. Het verschil tussen ik en jij bestaat in wezen niet eens. De filosofie van het schenken is de filosofie van samenleven in harmonie en respect voor anderen. Persoonlijke uniekheid is prima om als individu te koesteren. Maar ook daar is iedereen verplicht om zijn talenten terug te delen naar de omgeving.

2.      complete scheiding van ethiek en economie. Gelukkig is dat nog niet bij iedereen het geval, maar in de ‘war for profit’ is steeds minder erkenning voor mores. (Durf je het aan je kinderen uit te leggen?) De taal gaat over winnen, veroveren, verliezen met alle sociale gevolgen van dien. Voor ethische vragen is geen tijd en geen ruimte. Vrije concurrentie wordt vaak beschouwd als eerlijke concurrentie. Communicatie is vaak - alsof het vanzelfsprekend is - gewelddadig en ‘overstated’ (zo niet vals), en  gaat dus ten koste van respect voor anderen. Doelen lijken steeds meer middelen te heiligen. De weg hieruit bestaat uit het loslaten van die gedachte. Geen enkel doel heiligt een ethische verbanning. Iedere economische activiteit in een maatschappij dient moreel gerechtvaardigd te zijn. De winst die je maakt komt altijd uit je omgeving. Naar die mensen heb je dus een verplichting.

3.      consumentisme. Het westerse kapitalisme gaat teveel uit van de grondgedachte dat consumptie tot geluk leidt. Meer consumptie betekent toename van productie en andersom. Mensen zijn gewend geraakt aan het comfort en het gemak van het systeem. Wie dat niet heeft, wil er maar al te graag naar streven. De oosterse wijzen beschouwen de wereldse zintuiglijke geneugten niet als ware geluksbrengers. Onze fysieke, mentale en geestelijke gezondheid zijn dat wel.

Je kunt spreken van een doorgeslagen paradigma. Het kapitalisme heeft best goede punten, stellen de wijzen uit het oosten. Denk maar aan de sterke motieven om iets te produceren, het streven naar hoge kwaliteit en lage prijs door schaalvergroting. Zonder de uitwassen kun je er best de kwaliteit van leven mee verhogen. Menselijke vaardigheden en kennis kunnen erdoor toenemen. Een strikt boeddhistische economie zou in deze wereld falen, vinden ze zelf. Maar bepaalde principes kunnen wel degelijk aanvulling en steun bieden voor het stimuleren van een ‘sufficiency economy’. Genoeg is genoeg. Daar leent zich die levensopvatting heel goed voor.

Probeer niet op wereldschaal in te grijpen, maar doe het locaal, begin bij jezelf en je eigen omgeving. Misschien worden we door de crisis gezegend door een paradigma dat ons al deze kant opduwt: door complexiteit en dynamiek gedwongen zien we al meer én-én in plaats van óf-óf; nemen we steeds vaker relaties als uitgangspunt, en ga zo maar door.

We hoeven niet aan onszelf te gaan werken, het hinderende een plaats te geven (het is er immers al) of weg te duwen. Wat ons hindert kunnen we leren in de ogen te zien op momenten dat het opduikt en contact ermee maken, het bestuderen. Je zult merken dat het dan langzaam oplost als ‘probleem’. Of dat je gemakkelijker ontslag neemt en daarbij niet ergens vandaan vlucht, maar naar iets toe wordt getrokken. Langs de weg van het hart en het geweten.

 

 

 

Voeg je reactie toe

Je naam:
Onderwerp:
Reactie: