waaierende waarden
maandag, 10 september 2012 13:08

De waardenladder, wie kent 'm niet? Het Zwitserse legermes van de marketeer. Wordt uit de zak getrokken als je wilt uitstijgen boven productpraat of als je gaten in de strategie wilt vinden. De meeste opdrachtgevers kunnen zich immers nauwelijks van 'hun ding' losmaken. Na mijn aanpassingen (hogere emoties zoals 'met X maak je vrienden' eruit - zo maakt reclame zich immers belachelijk - en maatschappelijke bijdrage erin), kan hij nog jaren mee. Alleen anders. In de tijd dat ik hem tegenkwam moest hij nog simpel worden gehouden. Want massadenken eiste eenvoud. Zo bood de staalconstructie van de Volvo via fysieke bescherming en een veilig gevoel een bijdrage aan minder verkeersdoden.
Die tijden zijn voorbij en massawerk is nu een bijvoegsel geworden van plannen over dialoog en maatwerkmarketing met mensen. De waarden, zeker op het niveau van betekenissen zijn - zelfs voor één product - in wezen zeer divers.

We prikken met ons mes meteen door naar marketing, innovatie en bedrijfsvoering.
Probleem is vaak dat het fysieke product zelf niet gemakkelijk te maatwerken is, bijvoorbeeld omdat het nog geen smart product is. Maar we willen toch graag op betekenisnveau relaties aangaan. Bijvoorbeeld door het veilige gevoel te vertalen naar zichtbaarheden. Een dienstenpakket rondom het fysieke product kan dat wel. Daarmee kun je dan wel onderscheidend zijn en meer marge scoren. Dus is de uitdaging: waarom passen we dienstverlening rondom het fysieke product niet aan en gaan we daar de flexibiliteit en de verbinding zoeken?
Die dienstverleing is dan in feite deel van het (nieuwe) product geworden. Net zoals het maatwerk verzekeringspakket bij de Volvo voor de een en de mobiliteitsservice (inclusief OV) voor ander dat kan zijn? Commuincatie gaat dan 'ineens' veel gemakkelijker en effectiever en intiemer worden. En je kunt je beter amoebisch gedragen. (Zie: http://www.bedrijvigheden.nl/index.php/blog/95-het-verhaal-van-de-amoebe)

 
jailhouse rock
zondag, 26 augustus 2012 07:02

 

 

 

 

In plaats daarvan kun je jezelf zien als bijvoorbeeld een (hulp)architect van iemands levenservaringen, als coach, als inspirator, als goede kennis, ...

Misschien voel je dan meer expressie, meer mogelijkheden.

 

 

 
twee manieren van kijken en werken
zondag, 27 mei 2012 18:55

  Het absolute,
  waar we mee opgevoed zijn, wordt te log,
  te traag, te abstract en te ver weg

  ___________________________________________

  Wie ben je?
  Waar staan we voor?
  Wat zijn onze waarden? Sturen/verkopen op waarden
  Wat zijn onze idealen?
  Waar willen we over 5 jaar staan?
  Wat is onze missie?
  Wat is onze positionering?
  Welke woorden zijn belangrijk?
  Wat is ons einddoel?
  De gemiddelde klantenwens, reactie, …
  (elk model, zolang het maar een T-Ford is).
  De ideale kwaliteit/ samenstelling/ …
  Wat is onze overall propositie?
  Wat is de blauwdruk?
  Wat zegt de (‘objectieve’) wetenschap?
  We leggen ze onze mening op. Die telt.
  Waar zijn we het allemaal over eens?
  Hier moeten we ons allen altijd aan houden.
  Grip op alles houden.
  We willen eerst alles over hen weten. Dan
  kunnen we ze in algemene klassen stoppen.
  Je volledige profiel, c.v.
  Eerst een uitgebreid voorstelrondje.
  Laten we eerst de oorzaken van het probleem
  in kaart brengen en die dan wegnemen.
  Fysieke onderdelen als bouwstenen.
 

 Het relatieve
  is praktischer, concreter, sneller,
  wendbaarder, dichterbij

  ______________________________________________

  Wie ben je nu? In deze situatie?
  Wat is er veranderd/ anders/ verschillend?
  Wat is nu, in deze situatie relevant?
  Wat is de bewegingsrichting?
  Wat is de beweging t.o.v. elkaar?
  Welke eerste stap gaan we zetten?
  Welk verschil kun jij nu c.q. hier maken?
  Welke ervaringen zijn hier belangrijk?
  Wat is mijn versie?
  Mag ik meedansen?
  Wat heb je mij te bieden? Nu, hier?
  De kwaliteit van nu is goed genoeg voor nu.
  Laten we onze eigen interpretatie bedenken.
  We moeten hierover in gesprek blijven.
  We laten ontstaan wat ‘het systeem’ wil.
  Mening en meaning maakt iedereen zelf.
  De verschillen inspireren meer dan de
  overeenkomsten.
  Tijdelijke vruchtbare coalities.
  We hoeven alleen maar te weten wat hun
  vraag nu is en hun geschiedenis op dit punt.
  Wat biedt je n.a.v. wat wij nodig hebben?
  We ontdekken elkaar tijdens onze ervaring.
  Elke dag nieuwe kansen creëren en doorgaan
  met wat werkt.
  Communicaties als bouwstenen.
 

 

 
hoe open is je concept?
maandag, 09 april 2012 13:41

Veel concepten uit de oude traditie zijn hermetisch, dat wil zeggen een gesloten, kant-en-klaar voorbedacht geloofsstatement - in steen gehouwen. Bijvoorbeeld ‘De Amerikaanse droom’ van Coca Cola. Daar kun je als zender weinig meer mee doen dan het als versierde dienstmededeling de wereld insturen en het oude paradigma volgen: proberen de associaties tussen de oren te krijgen. Als 'ontvanger' kun je daar verder niets mee.

Open concepten daarentegen nodigen uit tot verdere verspreiding van de besmetting die een standpunt of idee kan hebben. Onder het motto: laat iedereen zijn eigen interpretatie maar vormen. Voorbeeld: Achmea stelt mij de vraag ‘waar ben je nu eigenlijk mee bezig?’ Leuk om op voort te borduren, je eigen variant van te maken, iets tegenover te zetten, et cetera. Anderen (intern en extern) gaan ermee aan de haal. Worden ook aangemoedigd om met onmogelijke mogelijkheden te komen. Dan ben je de bestaande orde aan het ‘deconstrueren’. 
Glenn Platt en Peg Faiman van Miami University deden tijdens het SXSW- congres van maart 2012 in Austin (Texas) een nieuw merkmodel uit de doeken: het merk als een API.
API is een afkorting uit de IT-wereld en betekent: Application Programming Interface: een API stelt derden in staat om programma's op een reeds bestaand platform te ontwikkelen. Denk aan alle apps op Facebook: ook hier stelt men met haar API derden in staat om apps op haar platform te ontwikkelen.
Glen en Peg laten een film zien waarin het verschil tussen open en gesloten IT systemen wordt geïllustreerd:een gesloten platform is als een bordspel. Je kunt er één spel mee spelen. Daar tegenover staat het open systeem (het API systeem) dat op een kaartspel lijkt: met kaarten kun je talloze spelletjes spelen, of zelfs goochelen. Het ligt maar net aan wat je zelf bedenkt met het kaartspel te doen. De mogelijkheden zijn eindeloos. En zo is het ook met open systemen.
De sprekers stellen de API uit IT dus voor als een metafoor: merken kunnen ook onderdelen van zichzelf open stellen voor derden. Zo kan een merk tegemoet komen aan wat zij 'the economy of doers' noemen. En zo kan een merk op een zinvolle manier in contact komen met het publiek. Hier staat hun presentatie http://www.slideshare.net/glenn.platt/brand-as-api-sxsw-2012-presentation

Wanneer je de metafoor van ‘fysieke’ apps verlaat, kun je de betrokkenheid van ‘derden’ bij je merk nog breder invullen. Met bijvoorbeeld ‘communicatieproducten’, interfaces, gemoedroutes en dergelijke. 
Open of levende concepten moet je in de interacties blijven voeden, anderen uitnodigen om hun draai eraan te geven, de invulling ervan niet proberen samen te vatten en niet te mooi (want hermetisch) vormgeven.

Het openen van concepten begint al bij de strategie. Willen we consumenten een gesloten boodschap door de strot duwen of geven we ruimte (en de grondstof) om de eigen meaning te creëren?
 

Met dank aan Niels Vrijhoeven voor de SXSW tips

 
onthechte ontvangenis
dinsdag, 17 januari 2012 20:14

De Boeddha komt in een dorp en ziet daar de mensen rondrennen en ‘spartelen als vissen in te weinig water’.
Men vraagt zich af hoe dat komt. Hij zegt dan: ‘Het is een doorn in het hart’.
Die doorn is het bezitsgevoel.
'Maar let op', zegt Zenleraar Tydeman.
'Het gaat daarbij niet om iets hebben of niet hebben. Ik kan best een welvarend leven hebben. Het gaat om het idee dat het mijn welvaart is, mijn lichaam, mijn geest, mijn geestelijke pad. Dat is de doorn. Het vastklampen.'

De vraag die dit verhaal bij mij oproept, is of je ook mindful kunt rondrennen. In het Nu en zonder oordeel, zonder vastklampen.
Misschien wel.
Want de nieuwe generaties groeien op met een bombardement van indrukken. Een deel van hen - en van de oudere generaties - jaagt hijgend zijn verslaving aan de next best stimulus achterna.
Maar een ander deel kijkt ernaar als een kind en consumeert het anders dan volwassenen.
Die laatsten ‘verwerken’ elke prikkel cognitief, lineair: met gebruik van het denken en de taal. Ze gaan van woord naar woord. Van onderdeel naar onderdeel. Elke impuls krijgt een label mee: dit is een gevangene, hier staat het woord fotograaf, etc. We klampen ons vast aan de codes. Dit proces kost ongeveer een halve seconde, hebben ze uitgeknobbeld.
Maar door het toenemen van de dosering van die prikkels krijgen we een ‘collapse of the interval between stimulus and respons’ (Hertha Sturm). Snel wisselende beelden verhinderen verbalisatie. Geen tijd voor.
Dus moet je wel anders gaan waarnemen. Een kind leert leren door snelle blikken te werpen. Door patronen te identificeren i.p.v. onderdelen achter elkaar. Ze gooien hun ogen als het ware op het beeld.
Een kind gebruikt bij het zien van een stimulus zijn hele lichaam in de strijd: het doet die prikkel na, voelt hem binnenkomen. Kortom: they are acting it out. Zoals langzame lezers een tekst hardop lezen (sub-vocalizing), zo kun je een bombardement aan prikkels met je lichaam waarnemen (sub-muscularization - De Kerckhove). Felt meaning noemen ze het ook wel. Honderdduizenden cognitieve operaties in een oogwenk. Gevoelde betekenis is zelden bewust. Het gaat aan (de trage) logica vooraf. En er is geen tijd voor cognitieve respons.
Totdat het kind op school komt. Daar gaan ze met die snelle blikken proberen geschreven tekst te voelen. Dat werkt natuurlijk niet.
 

Derrick De Kerkckhove, The skin of culture

 
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 Volgende > Einde >>

Pagina 2 van 6