We zitten in de overgang tussen twee denkwerelden.

Linksboven zie je een symbool voor het oude denken: de stabiele driehoek.

Zo keken we naar organisaties, merken en  individuen: we streefden naar zekerheid en voorspelbaarheid. We hadden slechts focus op één enkel aspect - de gele stip. Uniformiteit en herhaling van bekende zaken waren belangrijker als beweging en flexibiliteit - ' je kunt mijn auto in elke kleur krijgen als het maar zwart is'; 'ik ben ... (job titel)', etc. Regels en wetten moesten de zaken stabiel en uniform houden.

Het nieuwe denken draait sterk om complexiteit en dynamiek: alles gaat  in de versnelling, beweging en afwisseling.

De rigide driehoek wordt een soort amoebe die zich niet meer verhoudt tot één enkel aspect in de buitenwereld, maar tot heel veel tegelijk, in netwerken en allerlei soorten verbindingen. Overal worden interfaces gemaakt om de dans met elke partij aan te kunnen blijven gaan. De buitenkant (lees: mensen aan het front) moet flexibel zijn. Er is een minimalisering van wetten en regels. Met hoe weinig regels kunnen we werken?

Wat houdt een club nog bij elkaar? Wat is de middelpuntzoekende, drijvende kracht? Visie, passie, identiteit, of gewoon: een thema.

In de overgang, waar we nu in zitten, moeten we leren denken en werken met bewegingen: houvast zoeken in de stromingen van de wildwaterrivier. Welke stroming pakken we? Het gaat meer om snel kansen benutten dan om (eerst) analyses maken. om snel kunnen beslissen. Je kunt de toekomst het beste voorspellen door hem zelf uit te vinden. Nu.

 

 

Favoriete blog-artikelen